Ik wist al dat het advertentiebudget niets zou opleveren.

‍

Een paar jaar geleden werkte ik met een ondernemer die prachtige projecten realiseerde. De website zag er professioneel uit. Prachtige fotografie, sterke uitstraling. Op het eerste gezicht klopte alles. Toch wist ik vrijwel zeker dat haar advertentiebudget weinig zou opleveren. Niet omdat de advertentie slecht was. Integendeel. Ik vond de visuals en de tekst eigenlijk best goed. Het probleem begon pas ná de klik. De website liet vooral zien wat deze ondernemer maakte. Niet voor wie het bedoeld was, welk probleem ze oploste en waarom iemand juist met haar zou moeten samenwerken. Ik heb haar dat meerdere keren verteld. Dat advies werd uiteindelijk niet opgevolgd. Dat is prima. Iedere ondernemer maakt haar eigen keuzes. Een paar weken later gingen de advertenties live. Een bescheiden budget, vol verwachting. Ik dacht: “Ik zou van dat geld lekker uit eten gaan.” Niet omdat ik tegen adverteren ben. Maar omdat ik de afloop al kon voorspellen.

‍

Ik zag een verwarde klant.

‍

De ondernemer keek naar haar website vanuit haar eigen hoofd. Ik keek naar dezelfde website door de ogen van iemand die er voor het eerst kwam. Dat zijn twee totaal verschillende perspectieven. Zij zag prachtig werk, jaren aan ervaring en precies wat ze voor klanten betekende. De bezoeker zag mooie projecten, vakmanschap en kwaliteit. Maar die bezoeker vroeg zich vooral af: “Kan jij míj helpen?” Ondernemers denken vaak dat klanten dezelfde verbanden leggen als zijzelf. Dat doen ze niet. Een ondernemer kijkt vanuit kennis. Een klant kijkt vanuit een probleem. Een ondernemer ziet expertise. Een klant zoekt een reden om te blijven. Die vertaalslag moet je maken. Juist wanneer je zo goed bent geworden in je vak dat voor jou alles vanzelf spreekt.

‍

‍

De advertentie deed precies wat hij moest doen.

‍

De advertentie trok aandacht, maakte nieuwsgierig en zorgde ervoor dat iemand klikte. Precies waarvoor hij bedoeld was. Toch krijgt de advertentie vaak de schuld wanneer er geen aanvragen uitkomen. Dat vind ik niet altijd eerlijk. Het echte werk begint daarna. Op de website moet de belofte uit de advertentie worden waargemaakt. Een bezoeker wil snel antwoord op drie vragen: “Ben ik hier op de juiste plek?” “Is dit voor iemand zoals ik?” “Kan dit bedrijf mij echt helpen?” Als die antwoorden niet duidelijk worden, haakt iemand af. Niet omdat de advertentie niet werkte, maar omdat de volgende stap niet aansloot op de vorige. Een advertentie is geen eindpunt. Hij is het begin van een klantreis.

‍

Een klant volgt zijn verwachting.

‍

Een advertentie wekt een verwachting. Daarom wordt er geklikt. De bezoeker verwacht op de volgende pagina een logisch vervolg: dezelfde belofte, dezelfde richting en dezelfde boodschap. Maar vaak gebeurt er iets anders. De advertentie spreekt de klant aan. De website vertelt vooral hoe goed de ondernemer is. De advertentie belooft een oplossing. De website begint over het bedrijf. De advertentie maakt nieuwsgierig. De website verwacht dat de bezoeker zelf de vertaalslag maakt. Daar raken mensen het spoor kwijt. Niet omdat ze geen interesse hebben, maar omdat ze ineens moeten uitzoeken hoe jij hen kunt helpen. Een klant wil niet puzzelen. Die wil bevestigd krijgen: dit is voor mij.

‍

‍

De advertentie krijgt vaak de schuld.

‍

Jaren geleden werkte ik als affiliate marketeer en beheerde ik ongeveer €30.000 aan advertentiebudget. Daar leerde ik dat een advertentie zelden op zichzelf staat. Een specialist kan de advertentie goed schrijven, de juiste zoekwoorden kiezen en de campagne optimaliseren. Maar daarna komt de bezoeker op een landingspagina die door iemand anders is gemaakt. Hoe weet je dan of de advertentie goed presteert als je niet kijkt naar wat iemand na de klik te zien krijgt? Misschien sluit de landingspagina goed aan. Misschien ook niet. Misschien belooft de advertentie precies wat iemand zoekt, maar wordt die belofte op de website nergens waargemaakt. Dan is meer budget niet automatisch de oplossing. Eerst moet je weten waar de klant afhaakt.

‍